Demo aanvragen
Bel gerust 030 292 07 01
  • Demo aanvragen
    • Overheid
    • Bedrijven
    • Blog

    Omgevingswet? Wie is er eigenlijk wel al klaar voor?

    Wie is er klaar voor de nieuwe Omgevingswet? Ook al laat de invoering nog twee tot drie jaar op zich wachten, ruimtelijk Nederland staat aan de vooravond van een ingrijpende verandering. De omgevingswet die in elk geval pas na maandag 1 juli 2019 in werking treedt, houdt ondertussen de gemoederen flink bezig. Naar het waarom blijf ik razend nieuwsgierig. 

    Toch al aanwezig op de Landelijke Omgevingsmanagementdag (LOMD) donderdag 22 juni, maakte ik van de gelegenheid gebruik en vroeg enkele deelnemers naar hun kijk op de nieuwe Omgevingswet. Zo sprak ik met een consultant, projectmanager, projectleider, innovatiestrateeg en een omgevingsmanager. Het lijkt wel alsof de demissionair minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz van Haege stiekem meeluisterde. Eind juli besloot zij de ingangsdatum van de nieuwe Omgevingswet te verschuiven.

    De top 10 van Omgevingswet-ontwikkelingen

    Overheden zijn nog heel intern gericht aan het zoeken. Rijkswaterstaat pakt het groots aan. Maar waar in de omgeving begin je met het integraal perspectief? Vanaf de bodem? In de lucht? Op het water? Hoe weeg je de belangen voor economie, duurzaamheid, veiligheid, woongenot en bereikbaarheid? En in welke volgorde? Hieronder op een rijtje de indrukken van de ontwikkelingen rond de nieuwe Omgevingswet.

    1. Gemeenten vragen externen
    2. Nadruk op juridische benadering
    3. Inhuur adviseurs
    4. Marktpartijen zien hun kans schoon
    5. Meer werk voor en vraag naar omgevingsmanagers
    6. Vraagt om cultuurverandering huidige ambtenaren (klantgericht, proactief)
    7. Vraagt misschien zelfs wel om andere, nieuwe ambtenaren
    8. Vraagt om organisatieverandering en organisatie-overstijgende samenwerking
    9. Participatie is niet per se altijd op inwoners of burgers gericht. Het gaat er ook om dat alle in een gebied betrokken overheden daadwerkelijk met elkaar in gesprek zijn.
    10. De nieuwe Omgevingswet begint… bij jou.

    Water door de Rijn

    Er moet nog heel wat water door de Rijn stromen zo lijkt het. De buitenwacht (de omgeving, inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden) lijkt in algemene zin nog buiten beeld te zijn. Wel zijn er tal van voorbeelden en specifieke projecten die de beoogde werkwijze van de nieuwe Omgevingswet ondersteunen. Alleen niet per se onder die noemer.

    Verder bespeur ik bij de mensen die ik sprak tijdens de Landelijke OmgevingManagement Dag nauwelijks belangstelling voor operationele oplossingen, zoals een online platform voor participatie. De insteek van de interesse lijkt vooralsnog meer gericht op een strategische en tactische zoektocht. 

    Adviseren en meedenken

    “Wat is de grootste opgave?”; vroeg ik aan enkele deelnemers van de Landelijke OmgevingManagement Dag. Telkens werden genoemd:

    1. De organisatieverandering.
    2. De cultuuromslag.
    3. En andere competenties van ambtenaren.

    Maurice van Rooijen, innovatie strateeg van Movares: “Ik denk dat de Omgevingswet voor iedereen die werkzaam is in de fysieke leefomgeving een andere manier van werken zal vragen. Ik denk dat met name gemeenten nog onvoldoende ‘op dikte’ zijn om de gevolgen van de wetswijziging in te bedden in hun organisatie en volgens het gedachtengoed van de wet te werken. Dus ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’.’  Dat lijkt een cultuur-onderwerp. Bij de nieuwe wet horen toch ambtenaren die recht doen aan die wet, vroeg ik hem. Dat zal in de toekomst ook nodig zijn. Maar diezelfde ambtenaren moeten ook een adviserende en meedenkende rol kunnen pakken. Hoe kan een initiatief (wel) gerealiseerd worden?”

    Veel veranderen

    Robert van Winden, regionaal projectleider Veranderopgave Omgevingswet bij Rijkswaterstaat in Zuid-Holland stel ik de volgende vraag:

    “Er is nu ook al inspraak en participatie, waarom dan veranderen?”

    “Dat klopt. We brengen nu in kaart wat er precies gaat veranderen. We hebben een enorme diversiteit aan activiteiten en producten bij Rijkswaterstaat. Die hebben bijna allemaal te maken met de omgeving. Maar voor sommigen verandert er misschien toch niet zo veel. Bij Rijkswaterstaat is en stevig team opgezet dat de organisatie moet voorbereiden op de komst van deze wet, veel mensen zeggen ook; het wordt een hele grote verandering. Maar ook nu al werken we omgevingsgericht. Dat zullen we nog verder moeten versterken.”

    Er zijn voorbeelden waarbij we zelf iets willen realiseren en dat wij de omgeving nodig hebben, zoals aanlegprojecten. Daar gaat iets veranderen. Daar zullen we nog meer in een vroeg stadium met die omgeving in contact treden, en zoeken naar samenwerkingskansen. Er zijn ook situaties waarbij die omgeving juist iets van ons wil, bijvoorbeeld dat een initiatiefnemer een activiteit wil plegen op een terrein waar wij het voor ’t zeggen hebben. Dan zijn we van nature geneigd om ‘nee’ te zeggen, of in ieder geval vanuit de ’nee’-houding het gesprek aan te gaan. Daar zullen we wel flink moeten veranderen. Het is de bedoeling dat we meer mee gaan denken. Dat wil niet zeggen dat we altijd ‘ja’ zeggen op het eind, maar dat we wel meedenken met degene die iets wil.”

    Vroegtijdig betrekken

    Maurice van Rooijen over de andere betekenis van participatie: “Ik denk dat je heel erg moet oppassen om ‘de burger’ te identificeren als een aparte groep. De mensen die er mee bezig zijn, de mensen van een bureau, zijn ook burgers. Dat je die er bij betrekt, die ook de burgermindset hebben, dat lijkt me evident. Een burger er al vroeg bij betrekken vind ik goed, maar je moet niet overdrijven. Want zoals wij er nu over praten is dat de bril waar wij doorheen kijken, niet elke burger kijkt er zo naar als wij naar de Omgevingswet kijken. Ik kan me wel voorstellen dat je met name politiek-gevoelige projecten zo inricht dat je de burger vroegtijdig betrekt. Deze projecten vragen immers veel van hun omgeving. Maar om dat in z’n algemeenheid te doen vanuit de Omgevingswet zal niet mijn eerste gedachte zijn.”

    Maurice van Rooijen (rechts) over de Omgevingswet
    Maurice van Rooijen (rechts) over de Omgevingswet

    Meer samen

    Wat is de grootste verandering volgens Chris Fitzpatrick, omgevingsmanager bij Hoogheemraadschap van Rijnland: “Wij zijn aan zet. We moeten offensiever met de gemeenten, en projectontwikkelaars in gesprek. Veel meer dingen samen doen.”

    Hij ziet kansen om in een omgevingen als partijen de handen ineen te slaan. Bedrijven, particulieren en overheden. Bijvoorbeeld met duurzame ontwikkeling in een gebied. Gezamenlijk faciliteren en deelnemen in energievoorziening. De gemeente wil gas-loze nieuwbouw, hoe kunnen andere omgevingsgebruikers hieraan bijdragen? Hoe kunnen we elkaars grond en of gebouwen aanwenden voor gebruik van zonnepanelen.

    In gesprek

    Hoe dan ook, participatie vraagt nu al speciale aandacht. Veel omgevingsmanagers en projectleiders en communicatieadviseurs werken eigenlijk allang in de geest van de Nieuwe Omgevingswet. Dat is te merken aan de vraag naar online oplossingen om omwonenden en andere betrokkenen actief online te betrekken bij de verschillende fases van infra- en bouwprojecten.

    Werkzaam bij Mett interesseer ik me voor de nieuwe Omgevingswet, in het bijzonder vanwege de nadruk op participatie. Mijn collega’s en ik delen graag onze kennis en ervaring over hoe participatie en online samenwerken voor jou het beste vormgegeven kunnen worden.

    Wij blijven daarom in gesprek met Maurice, Robert, Patrick én met jou over de ingrijpende veranderingen in regelgeving en digitale voorzieningen.

    Ik kijk er nu al naar uit om Maurice van Rooijen, Robert van Winden en Chris Fitzpatrick volgend jaar op een warme zomerdag in juni tijdens de Landelijke OmgevingManagement Dag editie 2018 opnieuw te spreken. Wie weet, in een expert-panel over de nieuwe Omgevingswet.

    Ben je benieuwd wat nog meer ter sprake kwam? Lees de uitwerking van de volledige vraaggesprekken met Robert van Winden, Maurice van Rooijen en Chris Fitzpatrick.

    BewarenBewaren